Daglelie (kruisen)

Graag wil ik iets vertellen over de manier, waarop ik de daglelies kruis. Dat is namelijk een zeer persoonlijke bezigheid. Vele liefhebbers wijzen er op dat je, voordat je gaat kruisen, eerst moet bedenken wat je er mee wilt bereiken. Dat is ook zo, maar ik was dermate enthousiast dat ik eerst alles kruiste wat maar tegelijkertijd bloeide. Dat je daar de meest vreemde resultaten mee bereikte ontdekte ik al snel. Daarom:

 

TIP 1: bedenk van tevoren een doel en maak daarbij een plan.

 

Als je dat plan dan bedacht heb (bv: lage; met een oog; geurende; hoge; spiders enz. enz.) kun je als volgt te werk gaan:

Wanneer twee te kruisen daglelies tegelijkertijd bloeien, kun je gewoon tot kruising overgaan. Is dat niet het geval, dan kun je stuifmeel bewaren in gelatine capsules, die de apotheker gebruikt om medicijnen te bewaren. Die blijven een tijd goed in de koelkast zodat je een gewenste kruising later kunt doen. Wanneer je die niet kunt bemachtigen lukt het ook met plastic bakjes met deksel waar je kralen in kunt kopen en bewaren. Ook kun je met bevriende relaties stuifmeel uitruilen.

De manier van kruisen is als volgt: je knipt voorzichtig een helmknop met stuifmeel dat klaar is (te zien aan de korrelige structuur) van de ene daglelie en doet dat voorzichtig op de stamper van een andere daglelie. De beste tijd om dat te doen is vóór 10 uur ’s ochtends, liever nog eerder, wanneer de insecten nog niet alles hebben opgesnoept en het stuifmeel mogelijk zelfs vervuild is met ander dan de gewenste ouderplant en wanneer het nog koel is.

Wanneer je het hierbij laat en de top van de stamper niet bedekt, zal het nog in veel gevallen voorkomen dat insecten je met veel moeite gedane kruising ongedaan maken. Daarop knip ik een stuk van een rietje en plak dat aan de bovenzijde vast met plakband. De onderkant kun je dan zo op de top van de stamper schuiven en de insecten kunnen er niet meer bij.

Kruisingen lukken lang niet altijd, sommige daglelies zijn zeer goede ouderplanten en andere hebben weer heel vruchtbaar stuifmeel. Dat leer je alleen maar door zelf te proberen.

Ik houd nu al een aantal jaren per cultivar het aantal geslaagde kruisingen bij. Op deze site kun je dat vinden onder de knop Daglelie en vervolgens de knop Moederplanten. Er zijn diverse manieren om te onthouden welke kruising is gedaan. Regelmatig heb ik beschreven stukjes plastic, luxaflex of andere labels gezien met de stuifmeelproducent z’n naam er op. Zelf vind ik hier het bezwaar van dat je tuin een iets mindere sierwaarde heeft door al die labels. En hoewel ik moet toegeven dat het erg handig is en iets minder administratie kost dan mijn manier, voor het gezicht prefereer ik mijn eigen methode.

Ik doe namelijk een gekleurd stukje wol van een pasteltint vlak onder de (hopelijk) bevruchte knop. De kinderen uit de buurt zeggen altijd dat ik de tuin versier.... Op een overzichtlijst zoals hieronder noteer ik dan welke kruising bij de desbetreffende kleur hoort, door de naam van de stuifmeelproducent onder de desbetreffende kleur op te schrijven.

KRUISINGEN LIJST TETRAPLOIDEN 2015

Naam

Moederplant:

geel

blauw

grijs

wit

rood

roze

zwart

Across The Galaxy

Aliens in the Garden

All Dolled Up

Anti-Venom

TIP 2: Houdt alle kruisingen zeer nauwkeurig bij

 

Uit de gelukte kruisingen ontstaan zaadknoppen. Deze laat je net zo lang aan de plant zitten tot de bovenkant lichtbruin wordt en de zaadknop openbarst. Wanneer je daar wat handigheid in krijgt kun je er ook voorzichtig in knijpen, rijpe knoppen springen dan wel open. De geoogste zaden bewaar ik eerst in plastic dozen , die je in een hobbywinkel kunt krijgen voor het opbergen van spijkers en schroeven. De deksels open laten! Regelmatig even schudden helpt om de zaden te drogen. Wanneer ze, na een dag of drie goed gedroogd zijn, moet je ze opbergen om ze droog te bewaren tot het vroege voorjaar. Ik gebruik daarvoor wattenschijfjes. Op één daarvan leg ik met een pincet de zaden neer en een ander wattenschijfje komt daar bovenop. Het geheel wordt ingepakt in aluminiumfolie en goed dichtgeplakt met plakband. Correspondentiekaarten knip ik in kleine stukjes waarop ik de kruising schrijf en die plak ik op het aluminiumfolie. Al deze kruisingen tezamen gaan in een afgesloten tupperware doos of ijsdoos en die doos tot januari in de koelkast.

 

TIP 3: Laat de zaden tot het kiemen in de koelkast liggen.

 

Begin Januari haal ik het hele zaakje weer uit de koelkast en ontdoe ik de zaden van de folie en de wattenschijfjes.

Ik was tot voor kort niet helemaal tevreden over het aantal kiemende zaden maar sinds ik gebruik maak van de stratificatie-methode, zoals genoemd in een artikel van de Daylily Journal van herfst 2010 ben ik buitengewoon tevreden en is het kiemingspercentage spectaculair gestegen.

Ik leg de zaden vanaf begin januari vier tot zes weken vermengd met vochtig vermiculiet in plastic sealbags in de koelkast. Na deze weken kun je al zien dat vele zaden beginnen te kiemen. Ik haal ze dan uit de sealbags en plant ze per kruising zoals hieronder te zien is in schone plastic dozen, die je bij ijs en bij de Chinees krijgt. Doe dit in niet te zware grond, mijn voorkeur heeft kant en klare zaai en stekgrond.

Ik heb de ijsdozen met plastic stroken, die door middel van kleine inkepingen aan beide zijden in elkaar passen, in vier segmenten verdeeld.

Op steeketiketten schrijf je de kruising over van de papiertjes.

De zaden worden net onder de oppervlakte gepoot en dan in een warme lichte kamer gezet. Als het goed is komen na een paar dagen al de eerste kiemplantjes boven. Blijf alles wel goed licht en vochtig houden. Te nat is overigens ook niet goed, dan krijg je last van schimmelinfectied. Door zelf te proberen moet je het juiste evenwicht hierin vinden.

 

TIP 4: BLIJF ALTIJD GEDULDIG!!!

 

Wanneer de zaailingen 8 tot 10 cm lang zijn, verspeen ik ze per stuk in langwerpige turfpotjes ( 4 x 4 x 6,

4 x 4 x 5 of 5 x 5 x 5 ) met gewone potgrond. Denk er aan dat je ook nu weer de kruising er bij zet.

De zaailingen kunnen in de turfpotjes verder groeien in, als je die hebt, een koude kas. Bij mij gebeurt het op mijn lichte zolder waarbij ik ze regelmatig naar het licht toe keer. In het late voorjaar kunnen de planten dan met turfpotje en al in de volle grond worden geplaatst. De turf vergaat op den duur.

Vanaf 2011 waren er elk jaar al een aantal planten die, in het voorjaar gezaaid, in het najaar bloeiden. Omdat bleek dat deze planten meestal stierven, wanneer je ze liet bloeien haal ik die bloemknoppen er nu uit. Misschien wat triest, maar op een jaartje langer moet je in deze hemerocalliswereld niet kijken. Met wat geluk bloeit circa 35% van de planten al het jaar daarop ( ik noem dat het 1e jaar, al is het natuurlijk het 2e jaar na zaaien) en anders meestal toch wel in het 2e jaar. Het is een kwestie van ruimte hoe lang je wacht op de bloei van de zaailingen. Je kunt de planten ook nog langer de tijd geven. Maar planten, die in het 2e jaar nog steeds niet bloeien, kun je in mijn ogen beter weggooien. Mijn ervaringen met het 3e jaar zijn ronduit slecht. Daglelies met voorouders met tanden willen wel eens een extra jaar nodig hebben om die in volle schoonheid te ontwikkelen. Maar dan moeten ze wel in het 1e of 2e jaar gebloeid hebben.